Ieder ras, dat als zodanig erkend wordt, moet beschreven staan in een zogenaamde rasstandaard.

De Welsh Corgi Pembroke is een Engels ras en daarom wordt deze standaard door de Engelse Kennel Club voorgeschreven, waarna hij door de F.C.I. (Fédération Cynologique Internationale) wordt overgenomen.

Zoals de meeste Engelse standaards is ook die van de Welsh Corgi Pembroke vrij summier en staat voor eigen interpretatie nogal open.

Daarom is het mogelijk, dat er toch steeds een verschil in type blijft bestaan door de jaren heen, maar zeker ook binnen bepaalde periodes.

Het blijft altijd mogelijk voor fokkers en keurmeesters om de standaard op eigen wijze te interpreteren. Zolang deze types maar aan de algemene eisen van de standaards voldoen, is daar ook geen enkel bezwaar tegen.

Algeheel beeld: Laag gesteld, stoer, stevig gebouwd, levendig en actief.

Geeft de indruk van kracht en uithoudingsvermogen in een klein lichaam.

Algemene kenmerken: Vrijmoedige uitdrukking,voor zijn taak berekend.

Aard: Vlot en vriendelijk; nooit zenuwachtig of agressief.

Hoofd en schedel: Hoofd vosachtig in vorm en verschijning met een levendige blik en schrandere uitdrukking. Schedel tamelijk breed en vlak tussen de oren, matige stop.
De lengte van de snuit verhoudt zich tot die van de schedel als drie staat tot vijf (3:5).
Snuit iets versmallend. Neus zwart.

Ogen: Goed geplaatst, rond, middelmatig groot, bruin, passend bij de kleur van de vacht.

Oren: Staand, middelmatig groot, licht gerond aan de top. Een lijn, getrokken van de punt van de neus door het oog, moet, indien doorgetrokken door of vlak langs het uiteinde van het oor lopen.

Gebit: Sterke kaken met een schaargebit, d.w.z. dat de boventanden vlak over de ondertanden heen sluiten en recht in de kaak geplaatst zijn.

Hals: Tamelijk lang.

Voorhand: Korte benen, zo recht mogelijk; bovenarm aansluitend rond de borst. Stevig bot tot aan de voeten. Ellebogen dicht aangesloten tegen de zijden, noch los noch gebonden. Schouders goed geplaatst met een hoeking van 90 graden op de bovenarm.

Lichaam: Middelmatig lang, goed gewelfde ribben. Niet gedrongen, van boven gezien geleidelijk versmallend. Rechte ruglijn. Borstkas breed en diep, goed diep tussen de voorbenen.

Achterhand: Sterk en lenig, goed gehoekt kniegewricht. Korte benen. Stevig bot tot aan de voeten. Van achteren gezien zijn de hielen recht.

Voeten: Ovaal, krachtige tenen, goed gewelfd en gesloten, de twee middelste tenen iets voor de buitenste tenen, voetzolen sterk en goed gewelfd. Korte nagels.

Staart: Lang, recht naar achter gedragen, kort,natuurlijk geboren kortstaart , couperen mag niet meer.

Gangwerk: Vrij en vlot, noch los noch gebonden. De voorbenen goed naar voren gebracht zonder teveel te worden opgetild en in harmonie met de voortstuwende beweging van de achterhand.

Beharing: Van middelmatige lengte, rechte met dichte ondervacht, niet zacht, golvend of draadharig.

Kleur: Alle effen kleuren rood; sable; lichtbruin; rood met zwart of één van deze kleuren gecombineerd met witte aftekening op benen, borst en/of hals.
Iets wit aan hoofd en voorsnuit toegestaan.

Maat en gewicht: Hoogte: bij benadering 25,4 – 30,5 cm. (10 – 12 inches) schofthoogte. Gewicht reuen 10 – 12 kg.; teven 10 – 11 kg.

Fouten: Iedere afwijking van hetgeen in de standaard wordt gesteld moet als een fout worden beschouwd en de wijze waarop de fout wordt aangerekend moet nauwkeurig worden afgemeten aan de mate waarin de fout aanwezig is.

N.B. Reuen moeten twee kennelijk normale testikels hebben die volledig in het scrotum zijn ingedaald.